Stagiair

‘Gaat het goed met Hanke?’

‘Ja en nee. Ze werkt als stagiair, krijgt alleen een stagevergoeding, full time in touw en heeft ook een beste verantwoordelijkheid.’

‘Een stage? Maar ze was toch al een tijdje klaar met haar studie?’

‘Is nu hoe het werkt. Zonder werkervaring geen baan, zonder extra stage na je studie geen werkervaring.’

‘En dan subsidieert zo’n stagiair dus eigenlijk met haar werk het bedrijf?’

‘Vanuit het bedrijf gezien een goeie deal.’

‘Krijgt ze daar een aanstelling?’

‘Dat is het verhaal aan het begin…’

‘Niet?’

‘Nou ja, je moet wel ongelofelijk snel in staat zijn jezelf onmisbaar te maken, want er staan altijd getalenteerde potentiele nieuwe stagiairs aan de deur te rammelen.’

‘Dus dan werk je daar een jaar…’

‘Zes maanden.’

‘En dan mag je weer vertrekken want de gratis arbeidskrachten buitelen over elkaar heen om jouw plek in te nemen.’

‘Dat is wat ik zie, ja. Drie van dergelijke ervaringsstages – wat weet je dan over jezelf? En krijg je dan wel een baan?’

‘In rij staan om geconsumeerd te worden.’

‘Pardon?’

‘Ze zit in de soep, ze wordt gebruikt.’

‘Waar. En er is nog geen uitweg lijkt het.’

‘Doodlopende soep.’

[Dit is een Doorsel, dialoogje van rond de 200 woorden.]

Maak het groter

Toen je vroeger op school te laat kwam, had je meestal onderweg al een smoes verzonnen: je jongere broertje had zichzelf in de badkamer opgesloten, of je kon je jas niet vinden, of … verzin maar wat je wilt.

Wat je toen vast ook wel eens gedacht had: stel nou dat mijn smoes waarheid wordt? En dan nog een beetje groter? Dat de brug niet alleen open ging, net toen jij er aan kwam, maar dat-ie open bleef staan want er was iets kapot. En dat je daarom 8 kilometer om moest fietsen om aan de overkant te komen.

Dus: beschrijf een omstandigheid waarbij je te laat komt, en schrijf op wat voor smoes je gaat vertellen om te verklaren dat je te laat bent. En dan, later op de dag beleef je het verhaal van die smoes in het echt, maar een beetje groter.

Ik ben benieuwd waar jouw fantasie mee komt! Succes.

© Door de Flines, met dank aan HJB voor de tekening van de ganzenveer en inktpot

Het gele monster

‘Hallooo, meneer? Mag ik iets vragen?’

‘Goedemiddag mevrouw?’

‘Goedemiddag meneer. Ja, ehm, nou het zit zo: ik fiets hier al 23 jaar langs en telkens denk ik: dit is het allerleukste huis dat ik ken. En nu zag ik u en wilde ik vragen of ik er een keertje op zou mogen passen, als u met vakantie gaat ofzo.’

‘Wat een verrassing! Maar weet u, ik ga niet meer op vakantie. Daar ben ik te oud voor.

‘Zo oud kunt u toch nog niet zijn?!’

‘Ik ben 86, dus bijna volwassen. Heeft u zin in een kopje thee? Ik heb net een pot gezet.’

‘Oh, nou, heel vriendelijk van u. Graag.’

‘U fietst hier al 23 jaar langs? Weet u dan nog van de oude serre?’

‘Ja, het gele monster. Deze mooie veranda is een verbetering.’

‘Mijn vrouw was dol op die serre. En ik dacht er precies zo over als u.’

‘Heeft u ruzie gemaakt?’

‘Helemaal niet. Maar na haar overlijden was de knoop snel doorgehakt.’

‘Hoe lang is dat geleden?’

‘Veertien jaar. We waren heel gelukkig samen.’

‘En dan toch deze veranda gebouwd?’

‘Ja. Weet u? Het was een manier om overnieuw te beginnen in dit leuke huis.’

[Dit is een Doorsel, een dialoogje van (meestal) maximaal 200 woorden.]

Vincent de Weerwolf

Als ze niet dood was, had hij haar hierom kunnen vermoorden. Zulke briefjes schreef ze:

“Water aanvullen, machine opwarmen, cupje kiezen en plaatsen, kopje onder het kraantje, knopje met klein kopje (sterke koffie) of het andere knopje indrukken. Als de brom stopt, is je koffie klaar.”

Ver-schrik-ke-lijk: zoiets was nog lief bedoeld ook.

‘Gaan we?’ klonk het helder uit de hal. Vincent de weerwolf is 13, gedraagt zich als 30.

‘Zullen we eerst even koffie doen?’

‘Appelsap.’

‘Yep.’ Vincent kwam de keuken in.

‘Syl zou het dan warm maken, met salie erin. Niet lekker, vond zij wel.’

‘Heb je dat ooit gezegd?’

‘Nee.’

‘Waarom niet?’

‘Niet belangrijk.’

‘Vincent, zullen wij elkaar wel alles zeggen? Vind ik belangrijk.’

‘Je wil niks met Marijke. En zij denkt van wel.’

Sodeknetter, wat wist zijn zoon van Marijke? Van zijn twijfels? Sylvia is dood, waarom dan nu niet Marijke? Alle problemen in een keer opgelost. Toch?

Vincent kan dingen zien, hij kan ook naar mensen kijken alsof ze eetbaar zijn, schapen. Dit, nee, dit gaat te ver. Marijke was leuk voor erbij. Niet voor het echt. Hij moet er niet aan denken.

‘Hmm. Pfoei. Jeu. Punt voor jou. Misschien toch maar…’

‘Niet alles zeggen?’

[Dit is een Doorsel, een klein dialoogje van (meestal) maximaal 200 woorden, situatieschets van een dilemma.]

De belasting-bekeerling

‘Lekker weekend gehad?’

‘Hele weekend bezig geweest met de belastingen.’

‘Kom daar meestal pas na de zomer aan toe, vraag altijd uitstel. Mijn hekel is te groot.’

‘Ik was er ook zo eentje, maar ik ben bekeerd. Hoe eerder af, hoe beter.’

‘Bekeerd?’

‘Tijdje terug had ik een mega-naheffing, na een super jaar. En optimistisch als ik ben, had ik dat geld geïnvesteerd.’

‘Je moest lenen om de belasting te betalen???’

‘Dus wel, van een leverancier. Een week lang niet kunnen slapen van de spanning. En ik nam me voor dat ik het NOOIT meer zo ver zou laten komen. Dus ben ik bekeerd.’

‘Tussen die investeringen en die aanslag zat hoeveel tijd?’

‘Ik had mijn handtekening letterlijk de dag voor de aanslag binnenkwam, gezet.’

‘Spijt als haren?’

‘Dat is dus het gekke, toen ik ervan wakker lag: ja. Achteraf heeft het waanzinnig goed uitgepakt. Had ik die investering later gedaan, dan waren de kosten veel hoger geweest. En die leverancier die me dat geld leende, is nu mijn zakenpartner. Zij blijkt een fantastische buitenboordmotor voor mijn business. We groeien als kool.’

‘Help me even, waarom heb je je ook maar weer bekeerd?’

 

[Dit is een Doorsel, een klein dialoogje van (meestal) maximaal 200 woorden, situatieschets van een dilemma.]