Stagiair

‘Gaat het goed met Hanke?’

‘Ja en nee. Ze werkt als stagiair, krijgt alleen een stagevergoeding, full time in touw en heeft ook een beste verantwoordelijkheid.’

‘Een stage? Maar ze was toch al een tijdje klaar met haar studie?’

‘Is nu hoe het werkt. Zonder werkervaring geen baan, zonder extra stage na je studie geen werkervaring.’

‘En dan subsidieert zo’n stagiair dus eigenlijk met haar werk het bedrijf?’

‘Vanuit het bedrijf gezien een goeie deal.’

‘Krijgt ze daar een aanstelling?’

‘Dat is het verhaal aan het begin…’

‘Niet?’

‘Nou ja, je moet wel ongelofelijk snel in staat zijn jezelf onmisbaar te maken, want er staan altijd getalenteerde potentiele nieuwe stagiairs aan de deur te rammelen.’

‘Dus dan werk je daar een jaar…’

‘Zes maanden.’

‘En dan mag je weer vertrekken want de gratis arbeidskrachten buitelen over elkaar heen om jouw plek in te nemen.’

‘Dat is wat ik zie, ja. Drie van dergelijke ervaringsstages – wat weet je dan over jezelf? En krijg je dan wel een baan?’

‘In rij staan om geconsumeerd te worden.’

‘Pardon?’

‘Ze zit in de soep, ze wordt gebruikt.’

‘Waar. En er is nog geen uitweg lijkt het.’

‘Doodlopende soep.’

[Dit is een Doorsel, dialoogje van rond de 200 woorden.]

Het gele monster

‘Hallooo, mag ik iets vragen?’

‘Goedemiddag mevrouw?’

‘Goedemiddag meneer. Ja, ehm, nou het zit zo: ik fiets hier al 23 jaar langs en telkens denk ik: dit is het allerleukste huis dat ik ken. En nu zag ik u en wilde ik vragen of ik er een keertje op zou mogen passen, als u met vakantie gaat ofzo.’

‘Wat een verrassing! Maar weet u, ik ga niet meer op vakantie. Daar ben ik te oud voor.

‘Zo oud kunt u toch nog niet zijn?!’

‘Ik ben 86, dus bijna volwassen. Heeft u zin in een kopje thee? Ik heb net een pot gezet.’

‘Oh, nou, heel vriendelijk van u. Graag.’

‘U fietst hier al 23 jaar langs? Weet u dan nog van de oude serre?’

‘Ja, het gele monster. Deze mooie veranda is een verbetering.’

‘Mijn vrouw was dol op die serre. En ik dacht er precies zo over als u.’

‘Heeft u ruzie gemaakt?’

‘Helemaal niet. Maar na haar overlijden was de knoop snel doorgehakt.’

‘Hoe lang is dat geleden?’

‘Veertien jaar. We waren heel gelukkig samen.’

‘En dan toch deze veranda gebouwd?’

‘Ja. Weet u? Het was een manier om overnieuw te beginnen in dit leuke huis.’

[Dit is een Doorsel, een dialoogje van (meestal) maximaal 200 woorden.]

Megafantastisch zakken… of?

‘Jaha, met genoeg focus en genoeg ontspanning die prachtige “flow” bereiken.’

‘Maar?’

‘Ernstig last van FOMO (Fear Of Missing Out – angst om iets te missen). Kan ik geen weerstand aan bieden, lastiglastig.’

‘Niet zo moeilijk: verhoog de pijn. En het mooie is, als je dat zelf niet doet, dan gebeurt het vanzelf wel.’

‘Huh?’

‘Als je echt geen weerstand kan bieden aan al die piepjes, filmpjes, vlogs, tweets en posts op je telefoon, dan zak je megafantastisch voor je tentamens. Dat gaat op den duur pijn doen, reken maar.’

‘Hoe kan ik dan nu al mijn pijn verhogen?’

‘Wat zou je jezelf aanraden?’

‘Ja, nou, “kappen met happen” – een digitaal dieet volgen.’

‘En waarom doe je dat dan niet?’

‘Dan weet ik niet wat er speelt. Dat er iets belangrijks gebeurt en dat ik dan van niks weet. Lijkt me zo verschrikkelijk!’

‘Dat is nu precies die pijn dus.’

‘Ooh.’

‘Je telefoon de eerste twee uur na het opstaan niet aanraken. En die tijd langzaamaan uitbreiden. Doet pijn, maar dan heb je wel wat.’

‘Focus?’

‘Tijd om te studeren. Of, als je het niet doet, niet.’

[Dit is een Doorsel, dialoogje van rond de 200 woorden ditmaal over een dilemma in eindexamentijd.]

Ideeënovervloed

‘Het gaat dus gewoon goed.’

‘Beetje rust in mijn kop zou fijn zijn.’

‘Te veel start-up ideeën? Geintje? Noem eens drie.’

‘Vergrijzing is een kans, helemaal met de tiny-house interesse. Eengezinswoningen opkopen, verbouwen en splitsen. Twee woningen van maken, liefst met een gezamenlijke ruimte. Boven een student of starter, onder een alleenstaande oudere die hier en daar een handje kan gebruiken. Geen van tweeën alleen en toch zelfstandig.’

‘Ga door.’

‘Zzp-ers die goed zijn in hun vak, maar niet in zichzelf verkopen of onderhandelen: makelaardij in zzp-diensten. Zonder race to the bottom zoals je ziet met commerciële intermediairs.’

‘Hoe?’

‘Kwaliteitsgaranties, prijsafspraken, er echt tussen gaan zitten. Meer zijn dan een platform waar vraag en aanbod elkaar kunnen vinden en waar het geld van vrager naar aanbieder tot wel 180 dagen blijft “hangen”.’

‘Goeie help! Is dat er nog niet?’

‘Voor sommige branches. Voor andere diensten niet.’

‘Meer?’

‘Mentale wellness centra. Weekje weg en leren praten, denken, eten, werken, voelen en socializen op een gezonde manier.’

‘Pardon?’

‘Het nieuws, ons taalgebruik, social media en onze hype-gevoeligheid zijn ziekmakend. Anders mee omgaan, daar kun je dus hulp bij inroepen.’

‘Waar kan ik boeken?’

‘Eerst andere deadlines halen.’

[Dit is een Doorsel, een klein dialoogje van (meestal) maximaal 200 woorden, situatieschets van een dilemma.]

Keuzestress over babybehang

‘Hoe gaan jullie dat doen?’

‘Ik denk aan geel, Mark aan groen. We zijn er nog niet uit.’

‘Indertijd vond ik het makkelijk te weten dat het een jongetje zou worden: we kozen grijs met blauw.’

‘Jullie hebben alles grijs, bij een meisje was het grijs-roze geweest. Tjongejonge.

‘Hier: een behangetje met allemaal kleuren en vormpjes, handgetekend, past bij allebei.’

‘Lijkt me te druk, wordt de baby knettergek van.’

‘Je baarmoeder is ook geen oase van rust. Kleintjes kunnen juist heel onrustig worden van te weinig reuring.’

‘Als je dit op de muur plakt en je hangt ook nog een mobiele op, met wat vormpjes en kleuren – dan begint het leven meteen met een psychedelische trip.’

‘Lekker makkelijk – kan hij of zij de rest van zijn leven jullie de schuld van alles geven. “Dokter, mijn babykamer was designtechnisch zo’n ramp!”’

‘Moet er niet aan denken, wij krijgen sowieso overal de schuld van. Jij trouwens ook met je grijs: geen keuzes maken is net zo stressvol voor een kinderziel.’

‘Hebben we het echt nu over jullie keuzestress over babykamerbehang?’

‘Nou ja, oprecht onzinnig. En toch waar.’

[Dit is een Doorsel, een klein dialoogje van (meestal) maximaal 200 woorden, situatieschets van een dilemma.]

Het gele tafeltje

‘Dus jij spreekt rustig af aan “het gele tafeltje”, terwijl je weet dat iedere man knettergek wordt van dat behangetje ernaast?’

‘Beschouw het als een test. Als jij je terugtrekt uit ons aardige gesprek omdat je naast een muurtje met een paar roze hartjes moet zitten, vertelt me dat onmiddellijk een heleboel.’

‘Waarom die haast? Tikt de biologische klok ofzo?’

‘Ik heb geen zin in eindeloos geklooi. Of je gaat voor elkaar en kan lachen of de draak steken met ongemakkelijke situaties, of niet.’

‘Zeg het maar.’

‘Je zit hier toch?’

‘Dat is waar. Vertel me dan maar welk hartje jij hebt ingekleurd.’

‘Allemaal, dit is mijn ontwerp. Hier verdien ik mijn geld mee. Onder andere.’

‘Nu moet ik toch echt even slikken.’

‘Van dit soort dingen heb ik thuis helemaal niks, als dat je gerust stelt.’

‘Ja. Meubels van steigerhout misschien?’

‘Nee, en ook geen IKEA. Wel een Audi, zeven jaar oud.’

‘Test voor jou: ik heb een Labradoedel, ook zeven jaar oud.’

‘Hmmm. Dit kon wel eens een uitzonderlijk unieke avond worden.’

[Dit is een Doorsel, een klein dialoogje van (meestal) maximaal 200 woorden, situatieschets van een dilemma.]

Eindelijk ademhalen

‘Het is niet waar. Zeg me dat het niet waar is.’

‘Alles wat er nog is, is dit. De rest is weg.’

‘Maar al die mooie lapjes, dat kant, die linten, die eindeloze reeks kralen! En de knoopjes. Al die klosjes naaigaren. Daar kon je nog zoveel leuke dingen mee doen. Waarom weg?’

‘Enig idee hoe lang die spullen hier al lagen te wachten? Bij benadering?’

‘Nog van voor Mirthe, zeker weten. Misschien was het kant wel antiek, nog van oma of daarvoor, dan was het vast nog veel waard ook.’

‘Vergeet het maar. Iedereen doet zijn oude spullen weg, musea komen erin om en niemand heeft er een stuiver voor over. Daarom weg, einde verhaal. Eindelijk ademhalen.’

‘ZONDER overleg met mij en de rest? Je bent gek, knet-ter-gek!’

‘En dan nog? Heeft iemand zoveel ruimte? Een plek voor al dat materiaal, voor deze loeigrote kast? En tijd om iets met die spullen te doen? Wees eerlijk. Het waren levende herinneringen voor Mam. Ballast voor ons. Zij nam het niet mee haar kist in en wij hebben geen ruimte.’

‘Harteloos!’

‘Broodnodig.’

‘Meer dan erg.’

‘Opgelucht?’

‘Nee! Echt niet. Nou ja… Straks. Misschien.’

[Dit is een Doorsel, een klein dialoogje van (meestal) maximaal 200 woorden, situatieschets van een dilemma.]

De belasting-bekeerling

‘Lekker weekend gehad?’

‘Hele weekend bezig geweest met de belastingen.’

‘Kom daar meestal pas na de zomer aan toe, vraag altijd uitstel. Mijn hekel is te groot.’

‘Ik was er ook zo eentje, maar ik ben bekeerd. Hoe eerder af, hoe beter.’

‘Bekeerd?’

‘Tijdje terug had ik een mega-naheffing, na een super jaar. En optimistisch als ik ben, had ik dat geld geïnvesteerd.’

‘Je moest lenen om de belasting te betalen???’

‘Dus wel, van een leverancier. Een week lang niet kunnen slapen van de spanning. En ik nam me voor dat ik het NOOIT meer zo ver zou laten komen. Dus ben ik bekeerd.’

‘Tussen die investeringen en die aanslag zat hoeveel tijd?’

‘Ik had mijn handtekening letterlijk de dag voor de aanslag binnenkwam, gezet.’

‘Spijt als haren?’

‘Dat is dus het gekke, toen ik ervan wakker lag: ja. Achteraf heeft het waanzinnig goed uitgepakt. Had ik die investering later gedaan, dan waren de kosten veel hoger geweest. En die leverancier die me dat geld leende, is nu mijn zakenpartner. Zij blijkt een fantastische buitenboordmotor voor mijn business. We groeien als kool.’

‘Help me even, waarom heb je je ook maar weer bekeerd?’

 

[Dit is een Doorsel, een klein dialoogje van (meestal) maximaal 200 woorden, situatieschets van een dilemma.]